| AntiqBot Weekly • #24 |
Week 31 • juli 2026 |
Chryselefantien: het brons dat ivoren handen kreeg
|  | Demetre Chiparus, figuur in brons, zilver en ivoor, circa 1920 tot 1940. Foto: Sailko, CC BY 3.0, via Wikimedia Commons. | |
Vorige editie ging over Memphis, over laminaat en felle kleur en een groep die in 1981 besloot dat goedkope materialen een dure gedachte mochten dragen. Deze week gaan we een halve eeuw terug, naar het omgekeerde idee: dure materialen, dure gedachte, en een productiewijze die precies daarom eindeloos is nagemaakt. | Onderwerp van de week Een oud woord voor een oude combinatie Chryselefantien is een oud woord voor een oude combinatie. Goud en ivoor, letterlijk. In de jaren twintig en dertig kreeg het een nieuwe betekenis: een bronzen figuur, meestal een danseres of een atleet, waarbij het gezicht, de handen en soms de benen uit gesneden ivoor bestaan. Het brons is gepatineerd, verguld, verzilverd of koud beschilderd. De sokkel is marmer of onyx. Het geheel staat op een schouw en straalt uit dat iemand er geld aan heeft uitgegeven. Drie namen dragen de categorie. Demetre Chiparus, geboren in 1886 in Dorohoi in Roemenië, overleden in 1947 in Parijs, waar hij vrijwel zijn hele loopbaan werkte. Hij studeerde bij Raffaello Romanelli in Italië en vanaf 1912 aan de École des Beaux-Arts in Parijs. Ferdinand Preiss, geboren in 1882 in Erbach im Odenwald, overleden in 1943 in Berlijn, opgeleid als ivoorsnijder bij Philipp Willmann. En Josef Lorenzl, 1892 tot 1950, Wenen, die het bronsgieten leerde in het Arsenal en later een van de hoofdontwerpers van Goldscheider werd. Wat deze drie gemeen hebben is niet alleen de stijl. Het is dat hun werk in de tussenliggende eeuw op elke denkbare manier is gekopieerd: in regule in plaats van brons, in hars in plaats van beide, met celluloid in plaats van ivoor, en als hergieting van een bestaand exemplaar in plaats van naar het model van de kunstenaar. Wie vandaag een danseres op groene onyx tegenkomt, kijkt statistisch gezien vaker naar een van die kopieën dan naar het origineel. | Object van de week De danseres op onyx: de klassieke opstelling Neem de klassieke opstelling. Een vrouwenfiguur van vijfendertig tot vijfenzestig centimeter, in danshouding, armen gestrekt. Het lichaam in brons, koud beschilderd in een kostuum met geometrische motieven. Gezicht en handen in ivoor, met fijn gesneden vingers. Onderaan een sokkel van bruine en groene onyx, of van marmer met een band zwarte Belgische steen. Bij een echte Chiparus, geredigeerd door Edmond Etling & Cie in Parijs, zie je een specifieke gelaagdheid van merken. De kunstenaarssignatuur “D. H. Chiparus” staat gegraveerd in de sokkel. Het merk van de uitgever, “Etling Paris” of “Etling France”, plus een modelnummer, is meegegoten in het brons. Op de onderzijde staat vaak “MADE IN FRANCE”. Op de voet van de figuur kan het woord “Bronze” met een nummer staan. Die combinatie van gegraveerd en gegoten is geen detail. Ze is precies wat een vervalser meestal verkeerd doet. Chiparus werkte ook voor Les Neveux de J. Lehmann in Parijs, een huis met adressen aan de rue de Paradis en de avenue de l’Opéra, waarvan het merk voorkomt als LNJL. Preiss werkte in Berlijn samen met Arthur Kassler onder de naam Preiss & Kassler; hun logo “PK” is in het brons gestempeld, niet meegegoten. Lorenzl signeerde voluit als “Lorenzl”, maar ook verkort als “Lor”, “Enzl”, “Renz” of “Renzl”, en zijn figuren staan in grote meerderheid op een plint van Braziliaanse groene onyx. |
|
Vijf checks bij een art-decobronzen figuur
01. Kras op een onopvallende plek en kijk naar de kleur eronder. Dit is de belangrijkste test en tegelijk de eenvoudigste. Regule, de zinklegering die de Fransen regule noemen en de Engelsen spelter, toont onder de oppervlakte een grijs tot zilverwit metaal. Brons toont geel tot goudkleurig, door het hoge kopergehalte. Twee tests die je wel vaak hoort maar die hier niets oplossen: de magneet werkt niet, want noch brons noch regule is magnetisch, en het gewicht evenmin, want de soortelijke massa’s liggen te dicht bij elkaar om met de hand te scheiden. Wat wel meehelpt is het geluid. Regule geeft een doffe klap, brons een heldere, doorklinkende toon. En regule is zacht en bros: het neemt fijn detail slecht op en breekt eerder dan het buigt. Vingers, haarlijnen en de rand van een kostuum die er week uitzien, wijzen dezelfde kant op. 02. Beoordeel afbladderende verf niet te snel. Hier gaat het vaak mis, in beide richtingen. Een algemene vuistregel in de handel luidt dat een oppervlaktelaag die schilfert op regule wijst, omdat een echte chemische patina het metaal zelf verandert terwijl verf erbovenop ligt. Voor deze categorie moet je die regel voorzichtig toepassen, want juist Chiparus, Preiss, Lorenzl en Zach werkten veel met koude beschildering, verf die zonder branden is aangebracht. Schilferende koude verf op een periodestuk is dus normaal, niet verdacht. Het onderscheid dat je moet maken is dat tussen periode-koudverf over brons en een moderne verflaag over grijs zink. Check 01 beslist dat, niet de schilfering zelf. 03. Zoek de sporen van een hergieting. Een surmoulage is een brons dat gegoten is in een mal die van een ander brons is afgenomen, dus niet van het model van de kunstenaar. Zo’n kopie krimpt. Conner en Tolles hanteren in The Magazine Antiques ongeveer drie zestiende inch per voet in elke richting, wat neerkomt op iets meer dan anderhalf procent; specialist Hickmet noemt een krimp van twee tot drie procent bij het afkoelen van brons. De cijfers verschillen, en dat is meteen de waarschuwing: dezelfde bron zegt uitdrukkelijk dat maten nooit alleen kunnen bepalen of een gieting legitiem is. Kijk dus ook naar het oppervlak. Een periodestuk toont handmatige ciselering met eigen karakter. Een moderne hergieting oogt ofwel te glad, ofwel vertoont mechanische lijnen van een elektrische boor. En de patina van een hergieting is dunner, verwaterd van kleur, met een zilverige of grijze ondertoon, waar een chemische periodepatina warm oogt. 04. Lees de sokkel als een document. Marmer en onyx uit het begin van de twintigste eeuw komen uit groeven die inmiddels gesloten zijn en hebben diepe, verzadigde kleuren die moderne groeven niet leveren. Een figuur op een bleke, egale moderne sokkel is een probleem, zeker wanneer die sokkel de signatuur draagt. Het huwelijk tussen een echte figuur en een vervangen sokkel met daarin een gegraveerde naam is een gedocumenteerd verschijnsel bij Preiss. Kijk daarom naar de gelaagdheid uit het vorige punt: bij een Etling-uitgave hoort het uitgeversmerk gegoten te zijn en de kunstenaarssignatuur gegraveerd. Bij Preiss hoort de PK gestempeld te zijn. Een signatuur die meegegoten is waar ze gegraveerd hoort, of die scherp en ongesleten oogt terwijl alles eromheen slijtage toont, weegt zwaar. Tegelijk: een ongebruikelijk merk is niet automatisch vals. Franz Bergmann in Wenen gebruikte voor erotische bronzen “Nam Greb”, zijn eigen naam achterstevoren, en Bruno Zach signeerde datzelfde genre als “Prof. Tuch” of “K. Salat”. 05. Bepaal eerst of het ivoor ivoor is. Dit is de check met de grootste financiële en juridische gevolgen, en hij komt het vaakst te laat. Olifantivoor toont in dwarsdoorsnede Schregerlijnen, een kruispatroon van gestapelde chevrons. Alleen de buitenste lijnen zijn diagnostisch; de binnenste, rond het tandmerg, zijn dat niet. In de CITES-identificatiegids ligt de grens bij honderd graden: gemiddeld boven honderd graden is olifant, eronder mammoet. Praktisch punt: die lijnen lees je in de doorsnede, dus op een afgewerkte figuur meestal alleen op het vlakke kopse einde waar een arm of hoofd in het brons steekt. Been is iets anders: onder een tienvoudige loep zie je de Haversiaanse kanalen als putjes en streepjes, vaak met donker organisch materiaal in de wand, en been weegt lichter dan ivoor van gelijke omvang. Celluloid, ivorine en hars verraden zich door gietnaden, luchtbelletjes of een volkomen gelijkmatige structuur die in geen enkel natuurlijk ivoor voorkomt. Onder UV op driehonderdvijfenzestig nanometer licht ivoor blauwwit op, terwijl kunststof het licht absorbeert en dof blauw blijft. De hete naald werkt, maar beschadigt het stuk en wordt door het Western Australian Museum uitdrukkelijk afgeraden. Doe dat dus niet bij een stuk dat je overweegt te kopen.
|
| Wist je dat Ferdinand Preiss sneed zijn ivoor met een tandartsboor. Hij was opgeleid als ivoorsnijder en zocht een manier om sneller en preciezer te werken dan met traditioneel handgereedschap. Het resultaat zie je in de gezichten: oogleden, lippen en vingerkootjes met een scherpte die zijn navolgers zelden halen. En het atelier waaruit dat werk kwam bestaat niet meer, letterlijk. Preiss stierf in juli 1943 in Berlijn aan een hersentumor, eenenzestig jaar oud. De firma sloot met zijn dood, en de werkplaats in de Ritterstrasse en de daar bewaarde modellenvoorraad werden bij bombardementen vernietigd. Wat er van Preiss over is, is wat er toen al de deur uit was. | Verdieping Een gang in het Waldorf Astoria Van de meeste vervalsingsverhalen in deze categorie bestaat alleen roddel. Van dit verhaal bestaat een uitspraak van een federale rechtbank, en dat maakt het bruikbaar. In juli 2007 kocht een Britse verzamelaar bij een galerie in de lobby van het Waldorf Astoria in Manhattan een reeks art-decosculpturen voor honderdvijfduizend dollar, plus verzendkosten. De verkoop ging gepaard met een verhaal: de galerie zou de originele mallen van Chiparus in bezit hebben, de stukken zouden daaruit gegoten zijn, Chiparus zou in het Waldorf hebben gewoond en zijn gestorven, en alles ging met vijfenzeventig procent korting weg wegens sluiting. Chiparus heeft in Parijs gewoond en is in Parijs gestorven. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Bagneux, ten zuiden van de stad. Toen de zaak in 2013 voor de rechtbank van het Southern District of New York kwam, getuigde kunsthistorisch expert Kenneth Linsner dat de sculpturen moderne hergietingen waren, waarschijnlijk decennia na de art-decoperiode in China gemaakt, en niet uit originele mallen. Hij taxeerde het geheel in 2014 op ongeveer vijfduizend zeshonderd dollar. De uitspraak dateert van 3 november 2016. Hier hoort het eerlijke deel bij, want het is scherper dan een simpel verhaal over een gepakte vervalser. De koper won niet. Zijn contractuele vorderingen waren verjaard, omdat er tussen levering in 2007 en dagvaarding in 2013 te veel tijd zat. Op de resterende fraudevordering oordeelde de rechtbank dat hij niet met de vereiste mate van zekerheid had aangetoond dat de verkopers wisten dat het om hergietingen ging; zij hadden naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs op hun vaste leverancier vertrouwd. De les zit niet in het bedrag. Ze zit in de tijdlijn. Zes jaar tussen de aankoop en de gang naar de rechter waren genoeg om de sterkste vordering te laten verjaren, en de zwakkere vordering die overbleef vroeg om bewijs van wat er in het hoofd van de verkoper omging. Dat bewijs is bijna nooit te leveren. Wie een kostbaar stuk koopt en pas jaren later begint te twijfelen, staat juridisch vrijwel altijd te laat. De verificatie hoort voor de betaling, niet erna. | Markt & waarde Wat een art-decofiguur werkelijk waard is De markt voor deze categorie loopt op twee snelheden, en het verschil tussen die twee is groter dan bij vrijwel elke andere twintigste-eeuwse discipline. Aan de top gebeurt er nog steeds veel. “The Dolly Sisters” van Chiparus bracht 277.250 pond op bij Bonhams in New Bond Street op 14 november 2012; in dezelfde verkoop haalde “Starfish” 91.250 pond en “Ayouta” 18.750 pond. “Semiramis” ging bij Bonhams in Londen op 17 juni 2015 voor 176.000 pond, door het huis zelf een wereldrecord voor dat model genoemd. In München bracht “Les Girls” op 9 juni 2021 265.000 euro op en “Danseuse aux éventails” op 17 november 2021 140.000 euro. Bij Millon haalde “Danseuse espagnole” 58.000 euro in november 2021 en “La danseuse de Kapurthala” 42.000 euro in november 2022. Preiss zit daar consequent onder. “Rote Tänzerin” bracht in juni 2021 in München 45.000 euro op. Bij Bonhams in New York gingen op 14 december 2011 “Lighter than Air” en “Sun Worshipper” elk voor 43.750 dollar weg en “Con Brio” voor 32.500 dollar. Daaronder begint een heel ander verhaal. Bij Millon bracht een Chiparus “Danseuse au cerceau” in april 2025 vijftienduizend euro op, een “Ours polaire” in maart 2026 zesduizend vijfhonderd, een “Jeune fille au cartable” achttienhonderd, een “Little clown” vijftienhonderd, een “Pélican” vierhonderd en een “Ibis” driehonderdvijftig. Een Lorenzl-danseres van bijna vijftig centimeter, brons met ivoor op onyx, haalde in april 2024 bij Lyon & Turnbull 5.040 pond. Maar bij Roseberys bleef in juli 2023 een koud beschilderde Lorenzl op groene onyx onverkocht op een schatting van vier- tot vijfduizend pond, en bij Tajan in Parijs ging een kleine Lorenzl-danseres niet weg op een schatting van zevenhonderd tot duizend euro. Anoniem regule uit de jaren twintig en dertig, waarvan er zeer veel op de markt is, wordt volgens Millon doorgaans op enkele honderden euro’s geschat. De ondergrens van deze markt is dus niet zacht, ze is vloeibaar. Een niet-gesigneerde regule danseres is decoratie en wordt als decoratie betaald. Datzelfde model met een echte signatuur, echt brons en echt ivoor kan een factor twintig tot honderd hoger liggen. Precies daarom is dit de categorie waarin de vraag “wat is het eigenlijk” financieel het zwaarst weegt. De regel die sinds 2022 alles verschoven heeft Er is een tweede reden waarom het middensegment stil is geworden, en die staat in het Publicatieblad. Met Verordening (EU) 2021/2280 is per 19 januari 2022 de algemene uitzondering geschrapt die bewerkte stukken van meer dan vijftig jaar oud vrijstelde, voor zover die olifantivoor bevatten. Er bestaat sindsdien geen automatische antiekvrijstelling meer voor olifantivoor binnen de Europese Unie. Elke commerciële handeling vraagt een individueel certificaat. Certificaten die voor 19 januari 2022 zijn afgegeven, zijn op 19 januari 2023 hun geldigheid verloren, al is het verstandig de kopie te bewaren als bewijs van legale verwerving. Wat nog wel kan: bewerkt ivoor van voor 3 maart 1947, per geval en op certificaat, en muziekinstrumenten van voor 1975. Een art-decofiguur uit de jaren twintig of dertig valt dus in principe binnen die categorie antiek ivoor. Belangrijk detail voor wie Britse regels heeft horen citeren: de Europese regeling kent geen percentagedrempel. Een brons met alleen ivoren handen en gezicht wordt exact zo behandeld als een massief ivoren stuk. In België loopt dat via de FOD Volksgezondheid, dienst CITES. Voor bewerkt ivoor van voor 1947 vraagt het dossier een expertiseverslag van een erkend onafhankelijk expert over ouderdom, snijstijl, techniek en herkomst, of een koolstof-14-analyse; daarnaast een ondertekend achtergronddocument, duidelijke kleurenfoto’s inclusief detailopnames van de merken, en bewijs van legale verwerving. Verkoopt een veilinghuis in uw naam, dan hoort er een schriftelijk mandaat bij. En de operationele regel die het vaakst wordt overtreden: u mag het stuk pas verhandelen op het ogenblik dat u het originele Europese certificaat, het gele document, in handen hebt. Niet adverteren, niet verkopen, geen voorschot, voordat het er is. De CITES-dienst bepaalt overigens zelf niet de ouderdom of de waarde van uw ivoor; die expertise moet u aanleveren en betalen. Reken dat door op een figuur van tweeduizend euro en u begrijpt waarom veel eigenaars het stuk laten staan. Reken het door op een figuur van veertigduizend euro en het is een administratieve formaliteit. Het Verenigd Koninkrijk, historisch de belangrijkste markt voor Chiparus en Preiss, verbood de handel in olifantivoor vanaf 6 juni 2022 met slechts smalle uitzonderingen, dus reken bij de verkoop op een kopersveld binnen de Unie. Er is een keerzijde die zelden wordt benoemd. Als de ivoren delen geen ivoor blijken maar been, celluloid of hars, wat bij mindere figuren en bij alle moderne hergietingen zeer gewoon is, dan is het stuk juridisch volkomen vrij verhandelbaar. Het materiaal vaststellen is daarom niet alleen een authenticiteitsvraag. Het is de eerste stap die bepaalt welke wetgeving überhaupt van toepassing is. | Achter de schermen Deze categorie is een goed voorbeeld van waarom een oordeel over authenticiteit en een oordeel over waarde niet dezelfde vraag zijn, en waarom ze in de analyse gescheiden moeten blijven. Een figuur kan namelijk tegelijk echt en waardeloos zijn, en tegelijk twijfelachtig en waardevol. Een periode-regule uit de jaren dertig is een authentiek object uit de juiste tijd, en toch decoratie van tweehonderd euro. Een correct gesigneerde Chiparus met een moderne vervangen sokkel is grotendeels origineel en toch beschadigd in zijn marktwaarde. De fout die we in de analyse hard uitsluiten is dat een positief argument een rode vlag zou compenseren. Een gegoten signatuur waar een gegraveerde hoort, of een verwaterde patina met grijze ondertoon, verdwijnt niet omdat de sokkel prachtig is. Rode vlaggen worden benoemd, ze drukken de score, en de tekst zegt dat zonder verzachting. Wat de analyse bij deze categorie wel en niet kan, hoort er ook bij. Op foto’s zijn beoordeelbaar: de gelaagdheid en het type van de merken, de scherpte van het ciselerings- en snijwerk, de kleur en het karakter van de patina, de kleurdiepte van de sokkel, en de vraag of de proporties en het model overeenkomen met gedocumenteerde uitvoeringen. Wat foto’s niet beslissen is de vraag of het metaal onder de patina brons of zink is, en of het witte materiaal ivoor of kunststof is. Dat zijn beide fysieke tests, en het zijn precies de twee die het geld bepalen. Een analyse die dat verzwijgt, doet alsof. | Vraag van de week “Mijn danseres heeft een handtekening in de sokkel. Betekent dat dat het een echte is?” Het antwoord is dat de handtekening bijna de laatste is van de vijf checks, niet de eerste. Een signatuur is het goedkoopste onderdeel van een vervalsing. Ze kost een graveur tien minuten en ze wordt precies daarom overal aangebracht, ook op regule dat nooit uit een atelier van Chiparus is gekomen. Wat wel telt is de vraag of de signatuur past bij de manier waarop dat atelier merkte: gegraveerd waar gegraveerd hoort, gegoten waar gegoten hoort, gestempeld waar gestempeld hoort, en met een slijtagepatroon dat overeenkomt met de rest van het stuk. Begin dus onderaan. Metaal eerst, ivoor daarna, dan het oppervlak en de sokkel, en de handtekening als laatste bevestiging van wat de eerste vier al hadden gezegd. Bij een gesigneerd stuk dat op de eerste vier checks zakt, is de handtekening geen argument. Ze is de zesde rode vlag. Stuur je vraag naar info@antiqbot.com. |
|
Heb je een bronzen figuur op onyx staan waarvan je niet weet of het brons, regule of hars is, en of die witte handen ivoor zijn? Maak gratis een account aan en doe je eerste analyse zonder kosten. Daarna koop je credits per pakket, vanaf €0,60 per analyse.
|
| Volgende week Een nieuw object, vijf nieuwe checks
Volgende week in AntiqBot Weekly #25 blijven we aan het gekende bureau, met een nieuw object en vijf nieuwe checks om het aan te toetsen. | |
AntiqBot.com • AI-gestuurde antiekidentificatie
Je ontvangt deze nieuwsbrief omdat je je inschreef via AntiqBot.com. Voorkeuren beheren · Unsubscribe |
|