ANTIQBOT WEEKLY  #33 Week 40 • september 2026

Brons lezen: wat stempel, nummer en patina verraden

Van F. Barbedienne tot Georges Rudier: vijf checks voor je betaalt.

Bronzen beeld van een leeuw die een slang verplettert, met bruin patina en scherp ciseleerwerk, door Antoine-Louis Barye

Antoine-Louis Barye, Leeuw met slang, model 1838, zandgietsel van omstreeks 1850, gesigneerd BARYE, zonder gieterijstempel. The Metropolitan Museum of Art, publiek domein.

In editie 28 leerden we brons van zamak scheiden: het metaal, het gewicht, de klank. Wie die stap voorbij is, staat voor de moeilijkere vraag. Want een echt bronzen beeld is nog geen origineel gietsel, en een origineel gietsel is nog geen exemplaar uit het leven van de kunstenaar. Tussen een brons dat Barye zelf liet gieten, een editie van Barbedienne na zijn dood en een hergietsel uit een hedendaagse werkplaats zit hetzelfde metaal en vaak dezelfde signatuur, maar een prijsverschil van een factor tien tot honderd. Het bewijs zit in kleine tekens: het stempel van de gieterij, de nummers en letters onder de voet, en de manier waarop het patina op het metaal ligt. Die tekens lezen is een vak apart. Deze editie leert de eerste vijf regels ervan.

Onderwerp van de week

Een brons wordt bijna nooit één keer gegoten. Het originele model van de kunstenaar, in was, klei of gips, dient als uitgangspunt voor een mal, en uit die mal komen exemplaren: tijdens het leven van de kunstenaar en onder zijn toezicht, en daarna vaak nog decennialang onder toezicht van erfgenamen, uitgevers of gieterijen. Daar bovenop komt de surmoulage: een nieuw gietsel gemaakt naar een bestaand brons in plaats van naar het model, buiten elk toezicht. Van buiten lijken al die exemplaren op elkaar. Van dichtbij niet.

Drie vragen bepalen de waarde. Wie goot het: een gieterij die met de kunstenaar werkte, of een anonieme werkplaats? Wanneer: tijdens het leven van de kunstenaar, kort na zijn dood met de originele modellen, of generaties later? En in welke oplage: een genummerde reeks, een commerciële editie uit de 19e eeuw, of een ongecontroleerd hergietsel? Het antwoord staat, als het goed is, op het beeld zelf. De gieterij sloeg of goot haar naam mee, soms met een nummer, een letter of een zegel, en het patina en de binnenkant vertellen de rest. Wie die tekens kan lezen, kent de geschiedenis van het gietsel vóór hij over de prijs praat.

Object van de week

De leeuw op de foto is de Leeuw met slang van Antoine-Louis Barye, model uit 1838, in zand gegoten, waarschijnlijk rond 1850 en dus tijdens zijn leven. Het exemplaar draagt de signatuur BARYE, en verder niets: geen gieterijstempel, want Barye gaf zijn bronzen in die jaren zelf uit. Precies dat model komt vandaag in vier gedaanten op de markt. Het gietsel uit zijn leven, zoals dit, scherp geciseleerd en soms met een koud ingeslagen nummer. De postume editie van Barbedienne, die na de dood van Barye in 1875 op de nalatenschapsveiling van 1876 een groot deel van zijn modellen kocht en ze onder eigen stempel goot, met het gouden FB-zegeltje dat specialisten aan de jaren 1876 tot 1889 toeschrijven. Het twintigste-eeuwse hergietsel, naar een bestaand brons, iets kleiner en zachter, soms met een meegegoten stempel dat nooit uit Parijs kwam. En het recente decoratiebrons uit een Aziatische werkplaats, met BARYE in de rots en een chocoladebruin patina uit het zuurbad. Vier keer dezelfde leeuw, vier prijsklassen.

Vijf checks op stempel, nummer en patina
  1. Het stempel, en de vorm ervan. Lees de naam, maar kijk vooral hoe die op het metaal staat. Een gieterijstempel is meegegoten, en dan even scherp of zacht als de rest van het gietsel en onder het patina, of na het gieten koud ingeslagen, met scherpe randen en licht weggedrukt metaal. Beide zijn normaal, afhankelijk van gieterij en periode. Verdacht is het stempel dat in een hergietsel is meegegoten: F. BARBEDIENNE FONDEUR met dichtgelopen letters, wazige randen en een lettertype dat niet klopt. De grote gieterijen gebruikten vaste stempels, en die staan in catalogi en museumdatabanken. Leg ze ernaast.
  2. Nummers, letters en zegels. Een breuk als 3/8 of EA II/IV hoort bij een moderne, gecontroleerde oplage; op een 19e-eeuws dierenbrons is een nummer meestal een model- of maatnummer, geen oplagenummer. Een rond zegeltje met Réduction mécanique A. Collas breveté betekent een mechanische verkleining, uitgegeven door Barbedienne. Een gouden FB-zegeltje op een Barye wijst op de vroege postume editie. Bronze garanti Paris garandeert dat het metaal brons is, meer niet. France of Made in France werd op exportstukken voor de Amerikaanse markt gezet, vanaf 1891, en zegt dus iets over de datum. Elk teken dateert en plaatst het beeld; een teken dat niet past bij de gieterij, is een teken tegen.
  3. Wie goot het, en wanneer. Een gieterijnaam dateert het gietsel, niet het model. Barbedienne goot Barye pas vanaf 1876. Susse Frères goot Mêne na de dood van Mêne en van zijn schoonzoon Auguste Cain. Georges Rudier goot Rodin pas vanaf 1952, terwijl Alexis Rudier het stempel was tijdens het leven van Rodin en tot 1952. Een Alexis Rudier met de scherpte en het patina van een gietsel uit 1990 bestaat dus niet als echt exemplaar. Zoek per beeldhouwer op welke gieterijen met hem of zijn erfgenamen werkten en in welke jaren, en leg het stempel daarnaast. Past het niet, dan is het beeld op zijn best een reproductie.
  4. Het patina, van dichtbij. Een origineel 19e-eeuws patina is dun en doorschijnend: het ciseleerwerk blijft erdoorheen zichtbaar, de kleur wisselt van olijfbruin tot zwart met de vorm mee, en op de plekken waar handen het beeld al generaties vastnemen, is het gesleten tot goudbruin metaal. Stof en was zitten in de holtes, niet op de hoge punten. Een hergietsel of recent decoratiebrons draagt een dik, egaal, chocoladebruin of zwart laagje uit het chemische bad, soms met opgespoten groen in de plooien, en slijtage die overal even sterk is of helemaal ontbreekt. Ook een oud brons dat gestript en opnieuw gepatineerd werd, verliest waarde: het oppervlak oogt nieuw en de sporen van de ciseleur zijn afgezwakt.
  5. Maat en generatie. Meet het beeld en leg de maten naast een gedocumenteerd exemplaar uit een museum of een veilingcatalogus. Een surmoulage krimpt bij elke gietgeneratie ongeveer anderhalf procent en verliest bij elke stap scherpte: een centimeter te klein op zestig centimeter is geen meetfout, het is een tweede generatie. De binnenkant bevestigt het. Een 19e-eeuws zandgietsel is van binnen donker geoxideerd, met ruwe gietnaden en resten van de kern; een laat 20e-eeuws hergietsel toont vaak blinkend metaal, witte resten van de keramische schil en vers gefreesde bouten.
Wist je dat

De grootste bronsvervalsing van de 20e eeuw draaide niet op valse stempels, maar op echte. De Franse handelaar Guy Hain kreeg in de jaren tachtig en negentig de gieterij Rudier zover om Rodins opnieuw te gieten uit de originele mallen en gipsen, en liet het stempel van Georges Rudier vervangen door dat van Alexis Rudier, zodat de gietsels doorgingen voor exemplaren uit het leven van Rodin. Bij zijn arrestatie in 1992 werd twintig ton brons in beslag genomen; naar schatting zesduizend stukken, ook naar Barye, Carpeaux, Claudel, Frémiet, Mêne en Maillol, waren toen al verkocht. Hain kreeg in 1997 vier jaar cel, in 2002 bevestigd in beroep. Veel van die bronzen staan nog altijd in verzamelingen, met een stempel dat op zichzelf volkomen echt is.

Verdieping

Wanneer is een gietsel een origineel? Voor moderne bronzen geeft de Franse wet het antwoord, en de hele markt volgt die. Een fiscaal decreet van 1967, van kracht sinds 1968, rekent alleen gietsels in een oplage van acht exemplaren, gecontroleerd door de kunstenaar of zijn rechthebbenden, tot de originele kunstwerken; daar bovenop duldt de praktijk vier épreuves d'artiste, genummerd I/IV tot IV/IV. Twaalf per model dus, en het Musée Rodin houdt precies die grens aan voor de postume Rodins die het nog altijd laat gieten. Het decreet-Marcus van 1981 voegt daar de spiegelregel aan toe: een surmoulage, kopie of ander hergietsel moet zichtbaar en onuitwisbaar het woord Reproduction dragen. Wat zonder dat woord als origineel wordt verkocht, is dat ofwel echt, ofwel is het bedrog.

Negentiende-eeuwse edities vallen buiten die logica. Barye, Mêne, Frémiet en hun uitgevers goten bewust in serie en zonder nummering; een Barbedienne-gietsel van 1885 is geen reproductie maar een legitieme postume editie. Daar bepaalt de rangorde de prijs: eerst het gietsel uit het leven van de kunstenaar en onder zijn toezicht, dan de vroege postume editie met de originele modellen, dan de latere commerciële uitgaven, en onderaan de surmoulage, die op elk moment kan zijn gemaakt en geen kunstwerk is. Het stempel plaatst het beeld in die rangorde. Daarom is 'gesigneerd Barye' op zichzelf geen argument: de naam zit in het model en gaat in elk gietsel mee, ook in het slechtste.

Markt & waarde

De markt betaalt voor de rangorde. Neem één en hetzelfde model van een dierenbrons van Barye of Mêne van dertig centimeter. Een gietsel uit het leven van de kunstenaar met scherp ciseleerwerk brengt bij Drouot, Bonhams of Sotheby's doorgaans een veelvoud op van een latere editie, en de beste exemplaren lopen tot in de tienduizenden euro's. Een postume Barbedienne- of Susse-editie in goede staat zit vaak tussen enkele honderden en enkele duizenden euro's, naar model en formaat. Een 20e-eeuws hergietsel zonder herkomst blijft in de honderden, en een recent decoratiebrons brengt op Catawiki of een rommelmarkt wat het decoratief waard is: enkele tientallen tot een paar honderd euro. Bij moderne kunstenaars is het gat nog groter: een genummerd gietsel van een bekende naam met gieterijstempel en certificaat is een kunstwerk met een marktprijs, een ongenummerd gietsel zonder papieren is een probleem dat geen veilinghuis wil aannemen. Vuistregel: hoe groter de naam, hoe zwaarder de bewijslast, en hoe meer een ontbrekend of onjuist stempel kost.

De grote gieterijen en hun stempels

Wie brons koopt, komt steeds dezelfde namen tegen. Elk stempel heeft zijn eigen periode, zijn eigen kunstenaars en zijn eigen vorm. Deze lijst is geen naslagwerk, wel een eerste kompas.

F. Barbedienne, Parijs. Opgericht in 1838 als vennootschap tussen Achille Collas, uitvinder van de mechanische verkleiningsmachine, en Ferdinand Barbedienne. Na de dood van Barbedienne in 1892 verdergezet door zijn neef Gustave Leblanc-Barbedienne, tot 1952. Stempel: F. BARBEDIENNE FONDEUR, later ook met PARIS erbij. Verkleinde uitgaven dragen daarnaast het ronde Collas-zegel. Goot de modellen van Barye vanaf 1876; op die vroege postume edities staat vaak het kleine gouden FB-zegeltje.

Susse Frères, Parijs. Een huis met wortels in 1758, dat vanaf omstreeks 1839 bronzen uitgaf en tot ver in de 20e eeuw een van de grote gieterijen bleef. Stempels met Susse Frères Éditeurs Paris in wisselende afkortingen, later ook Susse Fondeur Paris. Nam na de dood van Mêne en van Cain hun modellen over en goot ze verder; goot in de 20e eeuw ook voor het Musée Rodin.

Thiébaut Frères, Parijs. Grote 19e-eeuwse gieterij, stempel Thiébaut Frères Fondeurs Paris, later verdergezet als Fumière et Gavignot. Goot onder meer voor Frémiet en veel salonbeeldhouwers uit de Derde Republiek.

A.A. Hébrard, Parijs. Gieterij van de verloren-wastechniek in de vroege 20e eeuw, stempel cire perdue A.A. Hébrard, meestal met een nummer. Goot de dieren van Rembrandt Bugatti in genummerde oplagen, en vanaf 1919 alle bronzen van Degas, in reeksen die met een letter zijn aangeduid. Een Degas-brons uit zijn leven bestaat niet: hij liet nooit gieten.

Rudier, Parijs. Het stempel Alexis Rudier Fondeur Paris staat op de Rodins uit zijn leven en op de gietsels voor het Musée Rodin tot 1952; de gieterij werd al vanaf 1897 door zoon Eugène gerund, onder de naam van zijn vader. Vanaf 1952 nam neef Georges Rudier het gieten voor het museum over, met eigen stempel. Vandaag laat het Musée Rodin gieten bij de Fonderie de Coubertin. Stempel C. Valsuani cire perdue hoort bij een andere Parijse gieterij die voor veel moderne kunstenaars werkte.

Belgische gieterijen. Op Belgisch brons kom je de Compagnie des Bronzes de Bruxelles tegen, actief van 1854 tot 1979, de Fonderie Nationale des Bronzes van J. Petermann in Sint-Gillis en de gieterij Verbeyst in Brussel. Hun stempels staan op werk van de meeste Belgische beeldhouwers van de late 19e en de eerste helft van de 20e eeuw.

Wenen. De koud beschilderde Weense bronzen van de werkplaats Bergman dragen een B in een amfoor en vaak het woord Geschützt, wat 'beschermd model' betekent. Ook hier geldt: het teken is bekend, dus het wordt nagemaakt, en de vorm en scherpte ervan tellen meer dan de aanwezigheid.

Nummers, letters en zegels: een kleine woordenlijst
  • 1/8 tot 8/8. Het oplagenummer van een modern origineel gietsel: exemplaar één van acht. Hoort bij een naam, een gieterij en liefst een certificaat.
  • EA of E.A., I/IV tot IV/IV. Épreuve d'artiste, het exemplaar van de kunstenaar, buiten de oplage van acht. HC staat voor hors commerce, niet voor de handel bestemd. Meer dan vier EA's of een reeks HC's is een teken dat de oplage stilletjes groter is dan ze lijkt.
  • Cire perdue. Verloren was: het gietsel is gemaakt uit een wasmodel dat in de mal wegsmelt. Typisch voor Hébrard, Valsuani, Rudier en de moderne gieterijen. De 19e-eeuwse edities van Barbedienne en Susse zijn meestal zandgietsels, wat op zich niets over de kwaliteit zegt.
  • Fondeur en éditeur. Fondeur is wie goot, éditeur is wie uitgaf en verkocht. Susse noemde zich beide; sommige uitgevers lieten elders gieten, en dan staan er twee namen op één beeld.
  • Bronze garanti Paris. Een 19e-eeuwse handelsgarantie dat het metaal echt brons is en geen zink. Staat vooral op commerciële salonbronzen; het is geen kunstkeurmerk en geen gieterijstempel.
  • Déposé. Gedeponeerd model: de vorm is beschermd tegen namaak. Wijst op een commerciële uitgave, meestal uit de late 19e of vroege 20e eeuw.
  • France en Made in France. Herkomstaanduiding voor de export, verplicht op de Amerikaanse markt vanaf 1891. Een stuk met die tekst is niet ouder dan dat.
  • Copyrightteken met jaartal. Zoals op de postume gietsels van het Musée Rodin: het geeft het gietjaar en hoort bij een gecontroleerde editie. Op een beeld dat als 19e-eeuws wordt verkocht, is het een tegenspraak.
  • Losse cijfers en letters. Op 19e-eeuwse edities meestal model-, maat- of montagenummers van de gieterij, koud ingeslagen. Ze bewijzen niets, maar horen bij een werkplaats die in serie werkte, en ontbreken vaak op een surmoulage.
Uit het leven, postuum of later: de tijdlijn per naam

Het stempel wint pas betekenis naast de biografie van de beeldhouwer. Vier voorbeelden die je op elke veiling tegenkomt.

Antoine-Louis Barye (1795-1875). Gaf zijn bronzen jarenlang zelf uit: signatuur BARYE, geen gieterijstempel, vaak een koud ingeslagen nummer. Na zijn dood kocht Barbedienne op de veiling van 1876 een groot deel van de modellen en goot ze tot in de 20e eeuw, met F. BARBEDIENNE FONDEUR en in de eerste jaren het gouden FB-zegel. Beide zijn echte Baryes; de prijs verschilt.

Pierre-Jules Mêne (1810-1879). Richtte in 1838 een eigen gieterij op en goot en verkocht zijn dieren zelf; zijn schoonzoon Auguste Cain werkte in dezelfde werkplaats. Gietsels uit zijn leven dragen P.J. MÊNE en geen gieterijstempel. Na de dood van Mêne en later van Cain nam Susse de modellen over en goot ze decennialang verder, met het Susse-stempel. Een Mêne zonder stempel is dus vaak de oudere, betere.

Auguste Rodin (1840-1917). Gietsels uit zijn leven en de eerste postume gietsels voor het Musée Rodin dragen Alexis Rudier Fondeur Paris. Vanaf 1952 Georges Rudier, later ook Susse, vandaag de Fonderie de Coubertin, met nummering tot twaalf per model en een copyrightteken met jaartal. Een Rodin zonder een van die stempels, of met een stempel dat niet bij het gietjaar past, is het geval van Guy Hain uit het Wist-je-dat hierboven.

Rembrandt Bugatti (1884-1916). Zijn dieren werden bij Hébrard in verloren was gegoten en in de was gesigneerd, gestempeld en genummerd; Hébrard goot ook na zijn dood nog oplagen, zoals de koninklijke tijger die tussen 1922 en 1927 in een reeks van zeventien werd gegoten. Nummer, stempel en gietperiode staan voor de belangrijkste modellen in de catalogue raisonné. Wat daar niet in staat, is verdacht.

Patina van dichtbij: soorten en valkuilen

Patina is geen vuil en geen toeval. De gieterij bracht het bewust aan, met warmte en chemicaliën, en bepaalde zo het uiterlijk van het beeld. De Franse 19e eeuw hield van bruin en olijf, soms zwart; de art deco van groen, zilver en goud; Wenen schilderde koud in alle kleuren. Elk van die lagen is dun, ligt in het metaal en laat het ciseleerwerk zien. Wat er daarna bijkomt, is tijd: stof in de holtes, was van generaties poetsen, slijtage op de hoge punten en op de plek waar het beeld wordt opgetild.

Drie valkuilen. Ten eerste het verse patina: egaal, dik, glanzend, zonder slijtage, of met slijtage die met een doek is 'aangebracht' en daardoor overal even sterk is. Ten tweede het groen: een dun, gelijkmatig groen kan een bedoeld patina zijn, maar poederig, korrelig lichtgroen in de holtes is actieve corrosie, en felgroen dat over een bruin patina heen gespoten lijkt, is decoratie van vorige maand. Ten derde het gerestaureerde patina: een brons dat ooit met metaalpoets tot op het geel is geschuurd en daarna opnieuw is gepatineerd, oogt vlak en nieuw, en de fijne sporen van de ciseleur zijn verdwenen. Museumfoto's van hetzelfde model tonen hoe het oppervlak hoort te ogen.

Onderhoud is daarom eenvoudig: niet poetsen. Stof met een zachte borstel, hooguit een dun laagje microkristallijne was, uitgewreven met een zachte doek. Geen zilverpoets, geen citroen, geen staalwol. Een gepoetst brons is voor de kenner een beschadigd brons.

Zo koop je een brons op markt en online

Op de markt: neem het beeld in de hand, draai het om en kijk in de voet vóór je over de prijs praat. Zoek de signatuur, het stempel en de nummers, en bekijk ze met een loep: meegegoten of ingeslagen, scherp of dichtgelopen. Kijk naar de slijtage op de hoge punten en naar het stof in de holtes. Vraag naar de herkomst, en wees op je hoede als het antwoord groter is dan het beeld.

Online: vraag om foto's van de signatuur en het stempel van dichtbij in strijklicht, van de onderkant en de binnenkant van de voet, en van elke zijde van het beeld. Vraag de maten in centimeter en het gewicht, en leg de maten naast een gedocumenteerd exemplaar van hetzelfde model. Lees de beschrijving op de woorden die het verschil maken: 'Barye' is iets anders dan 'naar Barye', 'd'après' of 'in de stijl van', en 'gesigneerd' betekent alleen dat de naam in het model zit. Voor moderne bronzen: vraag het gieterijcertificaat of de bevestiging van de erfgenamen, want zonder die papieren neemt geen veilinghuis het stuk aan.

Op veilingen en platforms als Catawiki: een goede expertomschrijving noemt de gieterij, de vermoedelijke gietperiode, de oplage of het nummer, de maten en de staat van het patina. Ontbreekt een van die vijf, vraag het na vóór je biedt. En onthoud de rangorde: uit het leven, vroeg postuum, latere editie, surmoulage. Het stempel zegt waar het beeld in die rij staat, en de prijs hoort daarbij te passen.

Veelgestelde vragen

Wat betekent F. Barbedienne Fondeur op mijn brons? Dat het gietsel, als het stempel echt is, uit de Parijse gieterij Barbedienne komt, actief van 1838 tot 1952. Het zegt niets over de datum van het model: Barbedienne goot bijvoorbeeld de modellen van Barye pas na diens dood, vanaf 1876. Vergelijk de vorm van het stempel met gedocumenteerde exemplaren, want in hergietsels wordt het stempel mee gegoten en verliest het zijn scherpte.

Is een bronzen beeld zonder gieterijstempel vals? Nee. Barye en Mêne gaven hun bronzen zelf uit en zetten alleen hun naam in het model; veel 19e-eeuwse gietsels dragen geen stempel. Zonder stempel beslissen het ciseleerwerk, het patina, de binnenkant van het gietsel en de maten vergeleken met gedocumenteerde exemplaren.

Wat is een surmoulage? Een nieuw gietsel dat naar een bestaand brons is gemaakt in plaats van naar het originele model van de kunstenaar. Het metaal krimpt bij elke gietgeneratie ongeveer anderhalf procent en de details worden zachter. In Frankrijk moet zo'n hergietsel sinds 1981 zichtbaar het woord Reproduction dragen.

Hoeveel originele gietsels mogen er van een brons bestaan? Voor moderne bronzen hanteert de Franse regel een oplage van acht genummerde exemplaren, gecontroleerd door de kunstenaar of zijn rechthebbenden, plus vier épreuves d'artiste: twaalf per model. Negentiende-eeuwse edities van Barye, Mêne of Frémiet vallen buiten die logica; die werden bewust in serie en zonder nummering gegoten.

Mag ik mijn bronzen beeld poetsen? Nee. Het patina hoort bij het werk en bepaalt mee de waarde. Stof af met een zachte borstel en gebruik hooguit een dun laagje microkristallijne was. Een brons dat tot op het metaal gepoetst of chemisch gestript en opnieuw gepatineerd werd, verliest een groot deel van zijn waarde.

Achter de schermen

AntiqBot leest bij brons wat een foto toont: de signatuur en het stempel, hun vorm en plaats, de nummers, de kwaliteit van het ciseleerwerk en de opbouw van het patina, en legt dat naast gedocumenteerde exemplaren en veilingresultaten van hetzelfde model. Wat een foto niet kan tonen, gewicht, klank en de binnenkant van de voet, blijft werk voor de hand, en het rapport zegt dat ook. Tip: fotografeer het stempel en de signatuur van dichtbij in strijklicht, de onderkant van de voet, en het beeld van voren.

Vraag van de week

“Mijn bronzen paardje van Mêne draagt geen gieterijstempel, alleen P.J. MÊNE in de rots. Is dat een slecht teken?”

Nee. Mêne was zijn eigen gieterij: hij goot vanaf 1838 zelf en verkocht zelf, dus een gietsel uit zijn leven draagt zijn naam en geen gieterijstempel. Pas de postume edities dragen de naam van Susse Frères. Een ongestempelde Mêne kan dus juist het beste exemplaar zijn, op voorwaarde dat de rest klopt: scherp ciseleerwerk, een dun en doorleefd patina, een donkere oude binnenkant en maten die overeenkomen met gedocumenteerde exemplaren. Het ontbreken van een stempel is geen bewijs, het is een uitnodiging om de andere vier checks te doen.

Zelf een vraag over een object? Mail naar info@antiqbot.com

Staat er bij jou een brons met een stempel, een nummer of een patina dat je niet kunt plaatsen? Maak gratis een account aan en doe je eerste analyse zonder kosten. Daarna koop je credits per pakket, vanaf €0,60 per analyse.

Start je analyse
Volgende week

Volgende week in AntiqBot Weekly #34 leggen we een nieuw object op tafel, met opnieuw vijf checks om echt van namaak te scheiden.

AntiqBot Weekly verschijnt elke zondag. Alle edities · Lees ook editie 28: brons, recast of zamak